Wet- en regelgeving en normeringen voor handschoenen
Handschoenen die in de Europese Unie verkocht worden, dienen voorzien te zijn van een CE Markering. Deze markering geeft aan dat de handschoenen voldoen aan de Europese wetgeving. Handschoenen kunnen gelabeld worden als medisch hulpmiddel volgens het besluit Medische Hulpmiddelen (Europese richtlijn 93/42/EEG of 93/42/EEC) en/of als persoonlijk beschermingsmiddel (Europese richtlijn 89/686/EEG of 89/686/EEC).Medische hulpmiddelen zijn hoofdzakelijk bedoeld om de patiënt/cliënt te beschermen. Persoonlijke beschermingsmiddelen zijn bedoeld om de drager te beschermen.

Wij omschrijven de belangrijkste normen en eisen waaraan de handschoenen dienen te voldoen.

NEN 420 of EN 420 normeringen  zijn geëvolueerd tot EN ISO 21420
De normering EN ISO 21420 is een algemene vereiste, waaraan alle typen beschermende handschoenen dienen te voldoen, zoals:
- De handschoenen zelf mogen geen gevaar opleveren voor de gebruiker
- De pH van de handschoen moet zo neutraal mogelijk zijn
- Het maximale gehalte aan chroom is 3 mg/kg
- Specifieke details van alle stoffen in de handschoen waarvan bekend is dat ze allergieën veroorzaken
- Maatvoering volgens overeengekomen Europese handmaat, bijvoorbeeld minimale totale lengte.

Normen die betrekking hebben op het besluit Medische Hulpmiddelen
EN 455-1: onderzoekshandschoenen moeten minimaal voldoen aan een AQL (Accepted Quality Level) van 1.5. Dit betekent dat voor elke 500 handschoenen er in totaal 14 handschoenen gaatjes (pinholes) mogen bevatten. Een handschoen met een lagere AQL, bijvoorbeeld 0,5, is van betere kwaliteit.

EN 455-2: Bepaling van maatvoering, dikte, rek- en treksterkte. Vanaf 2010 geldt een treksterkte van 6 Newton voor en na veroudering voor Nitril onderzoekshandschoenen. Voor latex is dit ook 6 Newton en voor vinyl is dit 3.6 Newton

EN 455-3: eisen en testmethode voor biologische evaluatie. Hierbij wordt getest hoe de huid reageert op de handschoen. Biocomptabiliteit wordt dit genoemd. Daarnaast wordt het eiwitgehalte getest. Dit in verband met het ontwikkelen van een allergie Type IV. In dit verband worden ook de chemische residuen gemeten.

EN 455-4: eisen omtrent houdbaarheidsperiode en label gebruik. Na het verstrijken van de levensduur moeten de handschoenen nog aan de drie eerder genoemde normen voldoen.

Besluit Persoonlijke Beschermingsmiddelen
Bij een handschoen die voldoet aan het besluit Persoonlijke Beschermingsmiddelen wordt in norm EN 374 beschreven waaraan de handschoen moet voldoen om de drager te beschermen tegen chemicaliën en micro-organismen:

EN 374-1: hierin worden de terminologie uitgelegd en de prestatie-eisen beschreven om bescherming te bieden tegen chemicaliën en micro-organismen.

EN 374-2: bepaling weerstand tegen indringen van vloeistoffen. Hier wordt de mate van penetratie gemeten. Penetratie is het door poreuze materialen, kleine gaatjes, scheuren, naden of katoenen ruggen in de handschoen doordringen van chemische stoffen of micro-organismen. Dit wordt getest door middel van de waterdichtheidstest en de luchtdichtheidstest.

EN 374-3: bepaling weerstand tegen chemicaliën. Hier wordt de mate van permeatie gemeten. Permeatieweerstand wordt weergegeven als de tijd die een (gevaarlijke) vloeistof nodig heeft om van de buitenzijde naar de binnenkant van het materiaal door te dringen.

EN 374-4: De nieuwe EN ISO 374:2016-norm beschrijft ook voor het eerst twee metingen van handschoendegradatie. De uitvoering van de degradatietesten zijn beschreven in de EN ISO 374-4:2013-norm. De handschoenen worden voor en na contact met een chemische stof op twee manieren gemeten:

1. Test voor weerstand tegen degradatie door perforatie
2. Gewichtverandering test

EN 374-5: goedgekeurd voor bescherming tegen virussen, bacteriën en schimmels.

vorige pagina